soapformulator
NL
Halfgevorderd Ontwerp en techniek 12 min. leestijd Bijgewerkt

Zeep decoreren: inlegstukken, bewerkte bovenkanten en zeepcupcakes

Met inlegstukken, pieken en gespoten frosting begint zeep ergens op te lijken. Ze vragen ander zeepbeslag dan een swirl, dik waar een swirl het dun wil, en elk heeft één manier waarop het meestal misgaat: inlegstukken die eruit vallen, stukjes die smelten, bovenkanten die bruin worden of wit van de soda-aanslag.

Zeepcupcakes met gespoten frosting in pasteltinten naast een gesneden stuk zeep uit een blok met ingelegde gekleurde blokjes en een bewerkte bovenkant met pieken, tegen een paarse achtergrond

In het kort

  • Inlegstukken van koudproceszeep werken het best als ze een dag tot een paar dagen oud zijn: stevig genoeg om vast te pakken, vers genoeg om zich te hechten.
  • Stukjes gietzeep smelten in de hitte van de gelfase. Houd een blok waar ze in zitten koel en isoleer het niet.
  • Kleur inlegstukken met oxiden, ultramarijnen of mica’s, die niet uitlopen, en houd er ruimte voor: 300 g inlegstukken neemt de plaats in van ongeveer 300 g zeepbeslag.
  • Bewerkte bovenkanten en gespoten frosting vragen dikke trace. De meeste gedroogde bloemen en kruiden worden bovenop bruin; calendula houdt zijn kleur.
  • Op de bovenkant zie je soda-aanslag het eerst: dek hem af of besproei hem, en drenk kruiden of droge mica nooit in alcohol.
Op deze pagina

De ontwerpen in deze handleiding zitten in of op het stuk zeep, in plaats van er als swirl doorheen te lopen. Ze vragen dikker zeepbeslag dan een swirl, een dag of langer vooruit plannen en een duidelijk idee van wat warmte en lucht ermee doen.

Inlegstukken van koudproceszeep

Een inlegstuk is een stuk van de ene zeep dat in een andere zeep wordt gezet: blokjes in een contrasterende kleur, vormen die uit andere stukken zijn gesneden, krullen die met een dunschiller zijn geschaafd, of een lange staaf die door elk stuk loopt. (Onze ronde loofahzeep laat in plaats daarvan een stuk gedroogde loofah door elke ronde zeep lopen.)

Maak ze een dag tot een paar dagen vooruit. Faiola haalt haar inlegstukken voor kleurblokken binnen vier dagen uit de mal en gebruikt ze zo snel als ze kan, zolang ze vers zijn; Corley Barto snijdt haar mozaïekblokjes na een dag of twee. Verse zeep is stevig genoeg om vast te pakken en nog zacht genoeg om zich te hechten aan het zeepbeslag eromheen. Alicia Grosso maakt haar brokken twee of drie dagen vooruit, ‘long enough for it to set so that it can be cut into pieces and short enough so it will still bind to the soap poured over it’, en gebruikt hetzelfde basisrecept voor de brokken en voor de zeep eromheen.

Kleur ze met kleuren die niet uitlopen. Oxiden, ultramarijnen en mica’s houden hun randen scherp. Een oplosbare kleurstof bloedt uit het inlegstuk de basis in en laat de vorm vervagen (zeep kleuren legt uit welke wat doet). Contrast doet de rest: Faiola zet haar blokken in een basis van de tegenovergestelde kleur, zodat ze opvallen.

Kies de maat. Corley Barto gebruikt blokjes van 2,5 tot 4 cm (1 tot 1½ in); Cable drukt bloemvormen van ongeveer 2,5 cm breed in het zeepbeslag, die ze met groente-uitstekers uit andere stukken zeep steekt. Voor confettizeep schaaf je een paar stukken zeep tot krullen; voor nuggetzeep snijd je brokken en schep je er ongeveer 2 kopjes van door het zeepbeslag.

Zorg voor het juiste zeepbeslag. Het moet dik genoeg zijn om de inlegstukken te houden waar je ze neerzet, en vloeibaar genoeg om in elke opening eromheen te lopen. Cable giet bij dunne vla, en waarschuwt dat te dik zeepbeslag loskomt van de stukjes en gaten achterlaat. Letcavage en Harden brengen nuggetzeep tot dikke trace, zodat de brokken niet zinken. In de praktijk: medium trace voor inlegstukken die je neerlegt, iets dikker voor stukjes die je erdoor roert. Grosso roert zulke stukjes door het zeepbeslag tot elk vlak bedekt is, giet, en haalt er een eetstokje doorheen om ingesloten lucht weg te werken.

  1. Giet een onderlaag van een à twee centimeter diep, bij medium trace.
  2. Leg de inlegstukken in het patroon dat je wilt en druk ze zacht in de onderlaag. Houd ze van de wanden af: Anne-Marie Faiola waarschuwt dat een inlegstuk dat de zijkant van de mal raakt, het afgewerkte stuk kan laten splijten.
  3. Giet langzaam eromheen en eroverheen, vul eerst de openingen en tik de mal daarna stevig op het werkblad om ingesloten lucht naar boven te halen. Voor meerdere rijen herhaal je dat in lagen, zoals bij het maken van een lasagne, zoals Corley Barto het zegt.
  4. Zet een tentje over alles wat uitsteekt. Faiola dekt uitstekende inlegstukken af met gevouwen karton voordat ze het blok afdekt en isoleert.

Controleer de hechting bij het snijden. Een inlegstuk hoort strak en vlak in het snijvlak te zitten. Een kier die je kunt zien, of een rand waar je nagel achter blijft haken, betekent dat het zeepbeslag die ruimte nooit heeft gevuld, en het stuk valt er waarschijnlijk uit naarmate de zeep slijt.

Een rij gesneden stukken witte koudproceszeep, elk met nette blokjes petrolblauwe en koraalrode zeep die er strak in zitten, zonder kieren eromheen Goed gehechte blokjes: vlak met het snijvlak, zonder kieren.

Houd er ruimte voor

Inlegstukken nemen de plaats in van zeepbeslag. Verse zeep weegt ongeveer 1 g per ml, dus 300 g inlegstukken vullen ongeveer 300 ml van de mal. In een blokmal van 25 × 9 cm die 6 cm hoog wordt gevuld (1350 ml), blijft er ruimte over voor ongeveer 1050 g zeepbeslag. Vul in het paneel De batch afstemmen op een mal van de loogcalculator de mal in en zet Vulling op het deel dat voor het zeepbeslag overblijft, hier 78 %: voor de klassieke palmolievrije zeep met 3 % geur geeft dat 726 g oliën. Onze zeep met groene inlegblokjes is zo gepland, met een kwart van één weeglijst voor de blokjes en drie kwart voor de basis. De handleiding over mallen legt het berekenen uit.

Stukjes gietzeep in koudproceszeep

Heldere gietzeep geeft effecten die koudproceszeep niet kan geven, zoals het glas-in-lood van Faiola: kleine stukjes felgekleurde heldere zeep op een licht stuk koudproceszeep. Twee dingen laten het werken.

Houd het blok uit de gelfase. Gietzeepbasissen beginnen te smelten bij ongeveer 49 tot 54 °C (120 tot 130 °F), en een blok in de gelfase kan 22 tot 33 °C (40 tot 60 °F) boven de temperatuur komen waarop het is gegoten. Gegoten op 38 °C (100 °F) is dat 60 tot 71 °C: genoeg om de stukjes zacht te maken of te laten smelten. Faiola laat haar glas-in-loodblok een dag of twee onafgedekt en ongeïsoleerd staan. Kleine mallen en een koele ruimte helpen (gelfase). Grosso doet het omgekeerde en isoleert koudproceszeep rond stukjes gietzeep ‘to ensure fusion’, maar volgens Faiola’s eigen berekening gaat zeep pas boven 60 °C (140 °F) door de gelfase, ruim voorbij het punt waarop de stukjes zacht beginnen te worden.

Gebruik een basis die weinig zweet, en laat de stukjes rusten. Gietzeep bevat extra glycerine, die water uit de lucht aantrekt en de stukjes met druppeltjes bedekt; een basis die weinig zweet (low sweat) bevat er minder van. Faiola gebruikt zo’n basis, laat de gestolde stukjes 24 uur onafgedekt liggen voordat ze ze snijdt, en snijdt ze niet groter dan 1 cm (½ in). Ze giet de koudproceszeep bij dikke trace, zodat de stukjes op het oppervlak blijven liggen in plaats van te zinken.

Kleur de gietzeep met mica’s of pigmenten als je scherpe randen wilt; wateroplosbare kleurstoffen geven een helderder glas-in-loodeffect, maar trekken na verloop van tijd in de zeep eromheen. Om net genoeg gietzeep voor de stukjes te maken, stemt de gietzeepcalculator de basis af op je mallen, en de handleiding over gietzeep behandelt het smelten. Voor een overgietlaag van gietzeep rond inlegstukken is de regel van Fisher: het eindgewicht min het gewicht van de inlegstukken.

Bewerkte bovenkanten

Elke bewerkte bovenkant vraagt dikke trace, zeepbeslag dat een piek vasthoudt (handleiding over trace). Giet het hele blok dik, of giet het blok bij de gebruikelijke trace en houd een deel apart voor de bovenkant, dat je dikker mixt.

  • Pieken. Raak het oppervlak aan met de bolle kant van een lepel of het uiteinde van een kleine garde en trek die met een ruk weg. Dep over het hele oppervlak voor een meringuebovenkant, zoals op onze zeep met roze klei en rozenblaadjes.
  • Een kam. Duw het zeepbeslag met de bolle kant van een lepel van beide lange zijden naar het midden, zodat er over de hele lengte een kam ontstaat, en dep er dan pieken langs, zoals Faiola doet.
  • Zwierige golven. Strijk de bovenkant uit met een spatel zoals je een taart zou glaceren; Cable noemt het een frostingbovenkant.
  • Gegolfde lagen. Faiola maakt het oppervlak van elke laag met een lepel ongelijk, met kuiltjes en ruggen, voordat ze de volgende kleur giet, zodat de lijnen tussen de lagen golven.
  • Een heuvel. Grosso maakt de topping als aparte batch bij zeer dikke trace en schept die als een heuvel over de lengte van het blok, schept dan met de rug van een mes ongeveer 6 mm (¼ in) diep in het oppervlak en trekt elke schep omhoog tot een kleine piek.
  • Spiralen. Faiola’s ‘reverse stamp’ is 25 cm (10 in) roestvrijstalen draad, opgerold tot een spiraal van 4 cm (1½ in). Net onder het oppervlak gedrukt en recht omhoog getrokken, trekt hij de zeep in een spiraal; is de bovenkant te dun om die vast te houden, wacht dan vijf minuten en probeer het opnieuw.
  • Noppenfolie. Druk een vel noppenfolie met kleine noppen zacht op het gegoten oppervlak en laat het liggen tot de zeep stevig is; het laat een honingraatpatroon achter. Corley Barto merkt op dat het ook soda-aanslag tegenhoudt. Een vel op de bodem van de mal geeft in plaats daarvan de onderkant structuur; zo komt onze zeep met honing en bijenwas aan haar honingraat.

Laat ruimte boven de bovenkant. Faiola zet een tentje van gevouwen karton over bovenkanten met pieken voordat ze de mal afdekt, zodat het deksel of de handdoek ze niet platdrukt.

Toppings

De meeste kruiden en bloemen worden bruin. De meeste gedroogde bloemen en kruiden worden bruin of zwart op verse zeep, welke kleur ze er ook mee op gingen. Calendulablaadjes zijn een van de weinige die hun kleur houden, een warm geel, zoals op onze zeep met lavendel en calendula. Gebruik de andere voor structuur en geur in plaats van kleur: de rozenblaadjes op de zeep met roze klei worden donkerbruin. Zie kruiden, bloemen en infusies.

Druk ze aan. Strooi toppings erop zolang de bovenkant nog zacht is en druk ze met een gehandschoende hand zacht aan, zodat ze hechten; losse vallen er bij de eerste wasbeurt af. Faiola zet fijne toppings, zoals hele havervlokken of citroenschilpoeder, vast door zacht over het oppervlak te blazen.

Stuif mica droog op. Zeef het door een theezeefje en blaas zacht over het oppervlak om het gelijkmatig te verdelen.

Hier geen alcohol op. Faiola spuit geen alcohol over kruiden of opgestoven mica: dat maakt ze drassig. Houd zulke bovenkanten liever afgedekt, of laat het blok door de gelfase gaan, om soda-aanslag tegen te houden.

Houd toppings spaarzaam op een stuk zeep voor dagelijks gebruik: elk ervan spoelt eraf, en sommige krassen onderweg.

Gespoten frosting en zeepcupcakes

Een zeepcupcake bestaat uit twee batches: een cakebodem in cupcakevormpjes en een stevige frosting die erop wordt gespoten.

De cake. Giet een gewoon recept bij dikke maar nog gietbare trace in siliconen cupcakevormpjes en mik daarbij op het midden van elk vormpje, zodat er een lichte bult ontstaat die de frosting een vorm geeft om te volgen.

De frosting. Die vraagt een recept met veel vetten die bij kamertemperatuur vast zijn, zodat de gespoten vorm blijft staan. Je kunt hem op twee manieren maken:

  1. Frosting bij dikke trace. Maak een aparte kleine batch en blijf mixen tot het zeepbeslag een piek vasthoudt zoals slagroom, en spuit dan meteen, zoals bij onze zeepcupcakes met gespoten frosting.
  2. Opgeklopte frosting. Bij de methode van Faiola wordt er lucht in geklopt zoals bij botercrème. Laat de gesmolten oliën afkoelen tot ongeveer 21 °C (70 °F), als ze een romige vaste massa zijn, en koel de loogoplossing tot 16 °C (60 °F). Klop de oliën met een hand- of keukenmixer en voeg dan de koude loogoplossing op lage stand beetje bij beetje langs de wand van de kom toe. Blijf kloppen tot het mengsel weer luchtig is, 10 tot 15 minuten, voeg de geur op lage stand toe en klop dan op middelhoge tot hoge stand tot het stijve pieken vasthoudt. Kleur de porties met een garde.

De geteste frosting van Faiola is 10,4 oz palmolie, 5,2 oz kokosolie en 1,3 oz olijfolie, ruwweg 60 : 30 : 10. Afgerond op die aandelen en door onze calculator gehaald bij 5 % overvetting en een loogoplossing van 31 %, ziet een batch van 480 g oliën, ongeveer wat zij voor 12 cupcakes gebruikte, er zo uit:

Een spuitfrosting voor 12 cupcakes. 288 g palmolie, 144 g kokosolie en 48 g olijfolie vragen 70,1 g natriumhydroxide en 156 g water, ongeveer 706 g frosting vóór de geur.

Openen in de calculator

Een palmolievrije frosting vraagt hetzelfde van andere vetten, een groot aandeel dat bij kamertemperatuur vast is; test elke vervanging in een kleine batch voordat je er een dozijn spuit.

Let op de warmte van wat eronder zit. Suikers in een basis kunnen die zo warm maken dat een opgeklopte topping smelt; daarom maakt Faiola voor een bananenzeep met gespoten bovenkant de basis bij 27 tot 32 °C (80 tot 90 °F) en zet ze het afgewerkte blok 24 uur in de vriezer.

Spuiten. Gebruik een grote open stervormige spuitmond. Faiola begint in het midden van de cake en spuit in een cirkel naar buiten tot de rand, komt bovenop die ring weer naar binnen en eindigt door in het midden even stil te houden terwijl ze knijpt, en dan op te tillen, zodat er een piek blijft staan.

Gehandschoende handen spuiten met een spuitzak met stervormige spuitmond toefjes lichtroze zeepfrosting op cupcakebodems van zeep in een siliconen cupcakevorm Van het midden naar buiten spuiten, en dan weer naar binnen om met een piek te eindigen.

Daarna. Besproei de frosting in de eerste 90 minuten twee of drie keer licht met alcohol tegen soda-aanslag, laat de cupcakes twee tot vier dagen in hun vormpjes staan en laat ze vier tot zes weken rijpen op een rek, zodat er lucht bij de onderkant komt. Opgeklopte gietzeep, beschreven in de handleiding over gietzeep, is een loogvrij alternatief voor versieringen.

Soda-aanslag van de bovenkant houden

Soda-aanslag is het witte, poederige laagje dat ontstaat waar loog die nog in het oppervlak van verse zeep zit, in contact komt met koolstofdioxide uit de lucht. Het is onschadelijk, maar het maakt kleuren dof en vult de kuiltjes van een bewerkte bovenkant, en pieken en gespoten frosting bieden het het meeste oppervlak. De handleiding over soda-aanslag behandelt het volledig; voor bovenkanten:

  • Dek een vlakke bovenkant af. Huishoudfolie die direct op het oppervlak ligt, houdt de lucht weg, en noppenfolie doet hetzelfde terwijl het structuur geeft.
  • Besproei licht. Faiola spuit in de eerste 90 minuten tot drie keer isopropylalcohol van 91 % over de bovenkant. Houd het bij een fijne nevel: een doorweekte bovenkant droogt uit en kan scheuren. Isopropylalcohol is brandbaar, dus spuit ver weg van warmtebronnen.
  • Laat het blok door de gelfase gaan. Zeep die door de gelfase gaat, is minder gevoelig voor soda-aanslag dan zeep die koud wordt gehouden (gelfase), en dat past bij bovenkanten die je niet kunt afdekken of besproeien.

Soda-aanslag die zich toch vormt, kun je van de afgewerkte stukken afwassen of met stoom verwijderen.

Recepten om te proberen

Alle recepten

Bronnen

De notities bij deze bronnen staan op de Engelse pagina, in de bewoording die met elk document is vergeleken.

  1. Soap Crafting: Step-by-Step Techniques for Making 31 Unique Cold-Process Soaps . Anne-Marie Faiola, Storey Publishing , 2013.
  2. The Complete Photo Guide to Soap Making . David Fisher, Creative Publishing International , 2018.
  3. Pure Soapmaking . Anne-Marie Faiola, Storey Publishing , 2016.
  4. The Everything Soapmaking Book, 3rd edition . Alicia Grosso, Adams Media , 2013.
  5. The Natural Soap Chef . Heidi Corley Barto, Ulysses Press , 2012.
  6. Natural Soap Making . Elizabeth Letcavage and Melissa Harden, Stackpole Books , 2013.
  7. The Natural Soap Making Book for Beginners . Kelly Cable, Althea Press , 2017.